Watervogels N2000 gebieden in voedselgroepen

Een groot aantal rijkswateren is aangewezen als Natura 2000-gebied voor watervogels. Per vogelsoort gelden instandhoudingsdoelstellingen, die dan ook per soort geëvalueerd moeten worden.

Voor de evaluatie van de instandhoudingsdoelstellingen kan aanvullend informatie over groepen vogelsoorten relevant zijn. In dit geval worden soorten gegroepeerd die afhankelijk zijn van dezelfde voedselbronnen.

De trend van vogelaantallen (als index) in de N2000 gebieden zijn berekend, waarbij de vogelsoorten zijn verdeeld naar type voedsel. Ook zijn de relatieve aantallen per soort als taartdiagram aangegeven. U vindt de tabellen en grafieken in de bestanden:

Onderscheid wordt gemaakt in:

  • schelpdiereters (“bs: benthos schelp”)
  • wormeters (“bw: benthos worm”)
  • overige bodemdiereters (“bo: benthos overige”)
  • viseters open water (“vp: vis pelagisch”)
  • viseters oever (“vo: vis oever”)
  • waterplanteneter (“gw: grazers waterplanten”)
  • graseters (“gg: grazers gras”)

Watervogels in voedselgroepen voor N2000-gebied Waddenzee - trend schelpdiereters

Figuur: trend (als index) van schelpdieretende vogels in de Waddenzee over de periode 1975 t/m 2017.

Dit bestand bevat de volgende tabbladen:

  1. indeling: weergave van de gebieden
  2. “zoet hoofdwatersysteem”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per regio: IJsselmeergebied, Randmeren, Benedenrivieren, Rijn&Maas
  3. “zoet IJsselmeer Markermeer”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per N2000-gebied: IJsselmeer en Markermeer
  4. “zoet Randmeren”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per N2000-gebied: Zwarte Meer, Veluwerandmeren, Ketel- en Vossemeer en Eemmeer&Gooimeer
  5. “zoet Beneden rivieren”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per N2000-gebied: Hollands Diep, Haringvliet, Volkerak Zoommeer
  6. “zout hoofdwatersysteem”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per N2000-(deel)gebied: Waddenzee west, Waddenzee oost, Oosterschelde en Westerschelde
  7. “zout Waddengebied”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per deelgebied van het N2000-gebied Waddenzee
  8. “zout delta”: verloop vanaf jaren ’70, per voedselgroep, per N2000-gebied: Grevelingen, Veerse Meer, Oosterschelde, Westerschelde, Voordelta
  9. “indeling groepen”: per soort, per regio is aangegeven tot welke groep ze zijn gerekend
  10. “soort-gebied-voedselgroepcombi”: totaaloverzicht met toedeling zoet/zout, voedselgroepcode, N2000-(deel)gebied, Euring-code en soort.
  11. “indexen”: achterliggende waarden indexen
  12. “taart zoet hoofdws”: aandeel van de verschillende voedselgroepen per gebied (IJsselmeergebied, Randmeren, Benedenrivieren en Rijn&Maas). De berekening is uitgevoerd met de seizoensgemiddelden van de laatste tien jaar.
  13. “taart IJsselmeer Markermeer”: aandeel van de verschillende voedselgroepen per N2000-gebied (IJsselmeer en Markermeer). De berekening is uitgevoerd met de seizoensgemiddelden van de laatste tien jaar.
  14. “taart Randmeren”: aandeel van de verschillende voedselgroepen per N2000-gebied (Zwarte Meer, Veluwerandmeren, Ketelmeer en Vossemeer, en Eemmeer en Gooimeer). De berekening is uitgevoerd met de seizoensgemiddelden van de laatste tien jaar.

LET OP: Alle taartdiagrammen zijn in het bestand 2017/2018 iets aangepast t.o.v. 2016/2017. Deze zijn nu gebaseerd op seizoensgemiddelden i.p.v. seizoenssommen (=seiz.gemiddelde maal 12). Waarom? Verhoudingsgewijs komt dat toch op hetzelfde neer? Dat klopt, maar niet helemaal: het heeft te maken met de Eider die maar twee maal per jaar wordt geteld (vliegtuigtellingen RWS) en daardoor in het verleden een te laag aandeel had t.o.v. de andere soorten (alleen die (toen nog) ene januari-telling zat er in t.o.v. seizoenssommen (12 tellingen) bij andere soorten). SOVON heeft op basis van de (nu) twee tellingen een gemiddelde berekend (o.b.v. seizoenspatroon uit de watervogeltellingen) en daar een bruikbaar en gelijkwaardig (met alle andere soorten) gemiddelde van berekend.