Morfologie

Op regelmatige basis verzamelt Rijkswaterstaat gegevens over de ligging van de (onder)waterbodem van de grote rivieren en kanalen, van de ruime binnenwateren als Waddenzee en IJsselmeer, inclusief de droogvallende- of ondiepe delen als platen en oevers. Hierbij moet u denken aan de bodemligging van vaarwegen, vaargeulen en geulwanden, havenbodems, ankergebieden maar ook aan plassen, nevengeulen, kribvakken, oevers en uiterwaarden langs de rivieren. De metingen worden uitgevoerd in de Waddenzee, Zeeuwse Delta, de grote rivieren en kanalen, IJssel- en Markermeer, de Randmeren en op (delen van) de Noordzee.

Inhoud:

Waarom meten we bodemligging?

Rijkswaterstaat heeft deze gegevens nodig voor haar verschillende beheer- en onderhoudstaken met als doel een vlotte en veilige scheepvaart en voldoende afvoer van water. Door de bodemhoogte metingen kent Rijkswaterstaat de toestand van het areaal en kan daar waar nodig ingrijpen.

De gegevens worden voor veel doeleinden gebruikt. Bodemhoogte is bijvoorbeeld input bij het opstellen en toetsen van vaarwegprofielen, bij vergunningverleningen, bij wettelijke toetsen op de waterkeringen, elektronische vaarkaarten (ENC’s), bij het opstellen van baggerbestekken, bij het vaststellen van afvoeren, bij schouw en inspectie van het areaal.

De frequentie en ruimtelijke dekking van de beheermetingen zijn zeer verschillend en afhankelijk van de dynamiek van het watersysteem, interessegebieden en het gebruik.

Strandsuppletie Julianadorp - 2000 -

De verschillende metingen

We onderscheiden 4 typen bodemhoogtemetingen:

  • Beheermetingen
  • Kustmetingen
  • Vaklodingen
  • Overige data

Beheermetingen Rijkswaterstaat

Op regelmatige basis wordt de bodemhoogte van het door Rijkswaterstaat te beheren areaal vastgesteld. Met areaal wordt in deze context bedoeld de vaarwegen, vaargeulen en geulwanden, havenbodems, ankergebieden, maar ook plassen, nevengeulen, kribvakken, oevers en uiterwaarden langs de rivieren. Rijkswaterstaat heeft bodemhoogtegegevens nodig voor haar beheer- en onderhoudstaken om te kunnen zorgen voor vlotte en veilige scheepvaart en voor voldoende afvoer van water. Door de beheermetingen kent Rijkswaterstaat de toestand van het areaal en kan daar waar nodig ingrijpen.

De frequentie en ruimtelijke dekking van de beheermetingen zijn zeer verschillend en afhankelijk van de dynamiek van het watersysteem, interessegebieden en het gebruik.

De beheermetingen worden uitgevoerd in de Waddenzee, Zeeuwse Delta, de rivieren en kanalen, IJssel- en Markemeer, de Randmeren. Op de Noordzee zijn alleen de zeetoegangsgeulen en ankergebieden als beheermetingen beschikbaar. De bodemhoogte van het Nederlandse Continentale Plat (NCP) wordt verzameld en ontsloten onder auspiciën van de Hydrografische Dienst van de Koninklijke Marine (zie overige data).

Kustmetingen

  • Jarkusprofielen (= jaarlijkse kustprofielen); Dit zijn een samenvoeging per jarkusraai van verschillende databronnen. In het algemeen gaan de profielen van de eerste duinenrij tot ca -13m NAP. Ze worden jaarlijks opgeslagen in Rijkswaterstaat Landelijk Opslagsysteem Lodingen (LOL).
  • Hoogtemetingen kust (laseraltimetrie); Hoogte metingen van de kust (laseraltimetrie) is één van de bronnen voor de jarkusprofielen. Deze hoogtemetingen zijn ook als separate dataverkrijgbaar.

Strandsuppletie

Vaklodingen Rijkswaterstaat

Naast de frequente beheermetingen en kustmetingen wordt op regelmatige basis de hoogte gegevens van het overige Rijkswaterstaat areaal verzameld. Dit is het vak lodingenprogramma [ISWA1]. Er is een vaklodingen programma op de zoute wateren en op de grote zoete wateren

Op de zoute wateren (Noordzeekust, Waddenzee en Zeeuwse Delta [ISWA2]) worden in voor gedefinieerde vakken roulerend de bodemhoogte van het areaal ingewonnen in cycli van 1x per 3jaren of 1x per 6 jaren. De vakken voor de Noordzeekust worden tot circa min 20 NAP gemeten. De droogvallende delen in de Waddenzee en Zeeuwse Delta worden met behulp van laseraltimetrie aangevuld [ISWA3]. De hoogte van de waterbodem inclusief de droogvallende delen worden, na een interpolatieslag, verwerkt en gecombineerd tot een 20x20 grid

Op de grote zoete wateren (IJsselmeer, Markermeer) wordt in voor gedefinieerde vakken roulerend de bodemhoogte het areaal buiten de vaargeulen de bodemhoogte ingewonnen in cycli van 1x 9 tot 12 jaren. De hoogte van de waterbodem worden eveneens, verwerkt en gecombineerd tot een 20x20 grid.

Overige data Rijkswaterstaat

  • Uiterwaarden – Rivieren; Bodemhoogte informatie in de uiterwaarden wordt ingewonnen via het programma Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
  • Noordzee – Nederlands Continentaal Plat (NCP); Bodemhoogte op het NCP wordt verzameld door en onder auspiciën van de Hydrografische Dienst van de Koninklijke Marine.

De data verkrijgen

De bodemhoogtegegevens worden als vergridde gegevens opgeslagen in het Rijkswaterstaat Landelijk Opslagsysteem Lodingen (LOL) en zijn opvraagbaar via de Servicedesk Data van Rijkswaterstaat. Alleen van de JARKUS-metingen zijn van een aantal jaar kaarten digitaal beschikbaar op Waterinfo Extra. Deze data kunt u niet downloaden als csv-bestand, maar wel vanaf de bron met GIS-software ophalen (klik hiervoor op de 'i' in kolom links van de kaart).

Bodemhoogte informatie in de uiterwaarden wordt ook ingewonnen via het programma Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Deze data zijn beschikbaar via de website Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK) .

Op de Noordzee worden door Rijkswaterstaat de grote zeetoegangsgeulen inclusief ankergebieden en de kust zone tot circa -20 NAP verzameld en beschikbaar gesteld. De bodemligging van de rest van het Nederlandse Continentale Plat (NCP), die wordt verzameld en ontsloten onder auspiciën van de Hydrografische Dienst van de Koninklijke Marine.
Deze gegevens zijn bijvoorbeeld toegankelijk via het EMODnet Bathymetry Digital Terrain Model (DTM) uit 2017.


Aanvullende informatie

Actueel Hoogtebestand Nederland

Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de digitale hoogtekaart voor heel Nederland. Het bevat gedetailleerde en precieze hoogtegegevens met gemiddeld acht hoogtemetingen per vierkante meter. Het AHN is vervaardigd door middel van laseraltimetrie. Van de gemeten hoogtes zijn een aantal producten gemaakt, welke grofweg zijn te verdelen in twee categorieën: rasters en 3D-puntenwolken. AHN is een samenwerking van de provincies, Rijksoverheid en de waterschappen.

De data van het AHN staan op PDOK (zoeken op 'AHN'). De data zijn beschikbaar in rasters van 5 tot 100 meter. U kunt de data bekijken via de viewer van PDOK. Ook kunt u de data opvragen via webservices of per deelgebied ('kaarten') downloaden.

Het AHN heeft een eigen site. Hierop vindt u meer informatie over het AHN en meer uitleg over het verkrijgen van de data.

Kustlijnkaart

Rijkswaterstaat berekent op basis van de Jarkusmetingen elk jaar waar de kustlijn op dat moment ligt. Aan de hand van de metingen van de laatste 10 jaar berekenen we de lineaire trend van de kustlijnligging. In het Kustlijnkaartenboek presenteert Rijkswaterstaat jaarlijks het resultaat van de berekening van de positie van de toekomstige kustlijn ten opzichte van de basiskustlijn (BKL).