Olieslachtoffers zeevogels

Olieslachtoffers is een van de mariene afval indicatoren die Nederland gebruikt. In het verleden was dit een OSPAR Common indicator, maar omdat Engeland deze indicator niet meer ondersteunt heeft het deze status niet meer.

Inhoud:

Informatiebehoefte

Binnen OSPAR is een Ecological Quality Ojective (EcoQO) geformuleerd voor de Zeekoet (Guillemot EcoQO). Het doelniveau voor 2020 voor deze EcoQO is jaarlijks een gemiddeld vervuilingspercentage van minder dan 20% van de aangespoelde vogels, in een periode van vijf opeenvolgende jaren. Het doelniveau voor 2030 is een jaarlijks gemiddeld vervuilingspercentage van minder dan 10%. In de Mariene Strategie (KRM) is één van de indicatoren voor vervuilende stoffen het percentage met olie besmeurde aangespoelde vogels.

Het doel van de monitoring is het bepalen van de mate van de (chronische) vervuiling van de Noordzee met (minerale) olie en andere lipofiele stoffen, door het tellen van de aangespoelde vogels en het bepalen van de mate van besmeuring.

Meetstrategie

De olieslachtoffertellingen worden door vrijwilligers (welke veelal verbonden zijn aan het Nederlands Stookolieslachtofferonderzoek (NSO) van de Nederlandse Zeevogelgroep (NZG)) langs de gehele Nederlandse kust en gedurende het gehele jaar uitgevoerd. De nadruk ligt daarbij op de winterperiode (nov-apr).

De tellingen worden uitgevoerd volgens de methode van NSO/NZG, welke ook geadopteerd is door OSPAR. De monitoring vindt sinds de jaren zeventig op gestandaardiseerde wijze jaarlijks plaats en worden momenteel gecoördineerd door het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee onder leiding van Dhr. Kees (C.J.) Camphuysen, waarbij Rijkswaterstaat formeel de opdrachtgever is.

De Nederlandse kust valt binnen drie OSPAR regio’s. Het MWTL meetnet gaat alleen over de gestrande vogels op de Nederlandse kust.

De OSPAR-regio’s zijn:

  • 08 Noordzeekust van de Frans-Belgisch grens tot Texel
  • 09 Noordzeekust van Texel tot aan de Elbe in Duitsland
  • 10 Waddenzeekust van Texel tot aan de Elbe in Duitsland

Zie voor meer informatie over de methode de rapporten op de rechterkolom van deze pagina.

Kwaliteit

De kwaliteit wordt geborgd door internationaal afgestemd voorschrift.

  • Camphuysen C.J. & G. Dahlmann 1995. Guidelines on standard methodology for the use of (oiled) beached birds as indicators of marine pollution.
  • Oiled Guillemot EcoQO protocol

Een recent jaarrapport is te vinden op:

http://publicaties.minienm.nl/documenten/monitoring-and-assessment-of-the-proportion-of-oiled-common-guillemots-from-beached-bird-surveys-in-the-netherlands-update-winter-2015-16

Databeheer en ontsluiting

Rijkswaterstaat is bezig om de data om in DONAR op te slaan. Tot die tijd kunt u de data opvragen via de Service Desk Data. De verwachting is dat u de data in de eerste helft van 2019 kunt downloaden op het tabblad Download data.

Dataformat

De database bestaat uit de volgende kolommen:

Beschrijving kolommen in de dataset
Kolom Omschrijving
season Het seizoen loopt van juli t/m juni van het volgende jaar.
Subregion De Nederlandse kust is verdeeld in een drietal OSPAR regio’s (zie voor verder uitleg hierboven)
ratio Het aandeel met oliebesmeurde vogels tov het totaal aantal aangespoelde vogels
N= Het totaal aantal aangespoelde vogels
National De gezamenlijke som van het aantal en van de ratio’s van de aangespoelde vogels van de subregio’s 8 en 9
logit oil rate North Sea coast

Logit-getransformeerd vervuilingspercentage van de aangespoelde vogels. Daar de strandinggegevens niet normaal zijn verdeeld, worden de gegevens Logit-getransformeerd.

Nat5-year running meanional Het vijfjarig lopend gemiddelde van de Logit-getransformeerde gegevens (van de subregio’s 8 en 9 gezamenlijk)

Aanvullende informatie

Jaarlijkse rapporten

In onderstaande uitgebreide rapportages zijn naast zeekoeten ook trends opgenomen van een aantal andere zeevogelsoorten: